Ordernr. | 2334 |
Analysenaam | BCR-ABL PCR - EDTA bloed / beenmerg - 1 buis |
Aanvraagformulier | Bloed en Urine (klinische chemie - hematologie) |
Synoniemen | PCR Hematologie analyse, BCR-ABL, Philadelphia-chromosoom, t(9;22), imatinib, gleevec, chronisch myeloproliferatief syndroom, CML, P190, P210 |
Eenheid | ratio CN BCR-ABL/CN ABL (+ IS conversie) |
Opmerking extern | Optimale respons: 1 log reductie na 3 maand, 2 log reductie na 6 maand en 3 log reductie na 12 maand.
Cave: de gerapporteerde waarde (ratio BCR-ABL/ABL) is niet geconverteerd naar ‘International Scale (IS)’. De IS waarde is eveneens beschikbaar op het rapport. |
Klinische informatie | De translocatie t(9;22)(q34;q11) is een chromosomale afwijking die voorkomt in 95 % van de Chronische Myeloiede Leukemie (CML) patiënten, alsook in 15 tot 30 % van de Acute Lymfatische Leukemie (ALL) gevallen. Deze translocatie resulteert in een wederzijdse uitwisseling van genetisch materiaal tussen chromosomen 9 en 22 en een verkort chromosoom 22 dat het 'Philadelphia' (Ph) chromosoom genoemd wordt. Door dit proces wordt het ABL (Abelson) gen op 9q34 getransporteerd naar het BCR (breakpoint cluster region) gen op 22q11, resulterend in het aberrante BCR-ABL fusiegen. Afhankelijk van de localisatie van de breekpunten en van de variatie in transcriptieprocessen, kunnen fusieproteïnen van variabele lengte geproduceerd worden. Deze worden benoemd volgens hun moleculair gewicht in kilodalton. De voornaamste vormen zijn de p210 en p190 eiwitten die respectievelijk voornamelijk in CML en in ALL voorkomen.
De detectie en kwantificatie van BCR-ABL is uiterst belangrijk voor de bevestiging van de diagnose van typische CML, alsook in het bepalen van en het opvolgen van het effect van therapie welke momenteel bijna uitsluitend bestaat uit toedienen van specifieke BCR-ABL antagonisten (oa. imatinib, dasatinib, bosutinib, ponatinib). De kwantificatielimiet ligt op 10 Phi+ kopijen en de gevoeligheid van de test wordt in geval van negatief resultaat weergeven op basis van het aantal ABL kopijen. P230 fusie eiwit wordt niet gedetecteerd met deze test. P190 en p210 omvat >99% van de gedetecteerde fusies in CML en ALL. Literatuur:
Cross et al., Leukemia. 2015;29(5):999-1003
Baccarani et al., Blood. 2013;122(6):872-84 |
Externe links | |
Recipiënt 1e keuze | EDTA bloed / beenmerg |
Recipiënt alternatief | |
Minimale hoeveelheid | 1 buis |
Afnamecondities | op kamertemperatuur |
Transportcondities | Op kamertemperatuur |
Stabiliteit 4°C | 96 uur |
Dringend | Ja |
Uitvoerfrequentie | 1 x /14dagen (oneven week - woensdag: inzetten - vrijdag: resultaat) |
Antwoordtijd | 2-16 dagen |
Accreditatie (BELAC 377-MED) | Ja |
Aanrekening | |
Doorstuuranalyse | Nee |
Categorie | Moleculaire biologie hemato-oncologie |
Referentiewaarden | |
Referentiewaarden laatste wijziging | |
bijlage |